Horen, zien, bellen

En we zijn los. Op AT5 het bericht dat reeds tienduizend Amsterdammers zich hebben aangemeld bij Burgernet, een soort M. (Meld Misdaad Anoniem). Maar dan niet anoniem. Waakzame burgers die in het systeem van Burgernet staan krijgen bericht als de politie hulp nodig heeft in een dringende zaak, bijvoorbeeld bij roof, inbraak of geweld. Zij fungeren zo als verlengstuk van het politieapparaat. Extra oren en ogen.

De folder die erbij hoort is van zo’n afzichtelijke infantiliteit, dat de vraag of het wellicht gewoon een slechte grap is zonder meer is gelegitimeerd. Als ik weer 10 was, en het was weer 1990, en ik was weer stiekem gefascineerd door heel gewone, geloofwaardige superhelden die de misdaad in de stad bestreden, dan had ik heel misschien, in een moment van jeugdige zwakte, overwogen me aan te melden. Ik kan het verschil maken! Ik kan, met weinig moeite, een echte bijdrage leveren! Kleine held!

In 2012 is heldendom nog steeds een mythisch concept. De cultivering ervan is de raison d’être van ontelbare tv-series, films en boeken. Meer dan voorheen lijkt het tegenwoordig gewoonte om de held, hoe onaantastbaar die uiteindelijk ook is, neer te zetten als mens, als feilbaar wezen dat onder bepaalde omstandigheden boven zijn nietig mens-zijn uitstijgt. Iemand die zichzelf ondanks zichzelf opzij zet voor het goede. In de grote actiefilms van de afgelopen jaren ligt de nadruk vaak op een fundamenteel conflict in de protagonist zelf – ‘goed’ en ‘kwaad’ vloeien in elkaar over, al blijkt zelfopoffering in dienst van het goede natuurlijk altijd weer de enige juiste uitweg. Een volledig vermenselijkte keuze voor het goede, losgeweekt van de bovenmenselijke plicht. En in realityshows wordt continu het beeld neergezet van de onverzettelijke diender die zich dag in, dag uit van zijn moeilijke taak kwijt, of van de doodnormale sterveling die door zijn handelen, tegen elke verwachting in, een heikele situatie overleeft. De moed, de onverschrokken overgave aan het goede.

Mensen zoals jij en ik. Kleine en grote helden zijn het, en ze worden dagelijks op ons netvlies gebrand, in alle soorten en maten ingetekend in ons bewustzijn. Geen wonder dan dat tienduizend Amsterdammers zich vigilant genoeg achten om zich aan te sluiten bij dit netwerk van hulpagenten. De Sterke Arm is ook maar beperkt in capaciteit. Geen wonder dus dat nu de hulp van de bevolking wordt ingeroepen. Die is inmiddels cultureel klaargestoomd voor de gedachte dat in iedereen een strijder schuilt, een voorvechter van de goede zaak. Burgernet biedt precies dat: een shortcut naar eer en roem, een aandeel in de wetshandhaving, zonder dat je daadwerkelijk een functie hoeft te vervullen. Met de wet in de hand is de burger de burger een wolf. Geen vuile handen. Klikspanerij werd nog nooit zo aantrekkelijk gefaciliteerd.

Het is gemakkelijk om de dystopische verbeelding hierop los te laten. Burgers zouden zich niet op zo’n hoog niveau in moeten laten met opsporingswerk. Die zouden hun omgeving niet moeten hoeven afspeuren naar verdachte zaken. Voor je het weet belanden we in een wereld waarin we elke voorbijganger bij voorbaat al beschouwen als potentiële boosdoener en waar nerveuze paranoia de normale gemoedstoestand is. Heel gemakkelijk om hier direct in een kramp te schieten – zo willen we toch niet met elkaar omgaan? Een reflex, een intuïtieve afkeer van dit soort praktijken dwingt de critici tot acute stellingname tegen het initiatief. 1984 galmt het in de wandelgangen. Das Leben der Anderen spookt door de gedachten.

Dan is het vreemd, als je de bij vlagen redelijk overtuigende argumentatie van het promotiemateriaal van Burgernet volgt, te beseffen dat het hier in feite gaat om een vorm van sociale controle die wellicht wat ouderwets, maar toch niet geheel hysterisch is. Zelfs de meest doorgewinterde anarchist zal er uiteindelijk geen bezwaar tegen hebben als iemand die doorrijdt na een fatale aanrijding wordt opgespoord en ingerekend. En als door jouw aanwijzingen de man wordt opgepakt die de avond ervoor iemand heeft doodgeslagen zul je daar naar alle waarschijnlijkheid geen slecht gevoel aan overhouden. Voor gerechtigheid heeft iedereen een zwak, en klein heldendom wordt volop gestimuleerd. Kleine moeite toch, die aanmelding, wie weet red je nog eens een leven.
“Wonen en leven in een veilige omgeving: dat vindt u toch ook belangrijk?”

Tja, wat is daar tegenin te brengen? De redelijkheid van het idee laat weinig ruimte voor de critici. Tenslotte gaat het om de  bestrijding van grove criminaliteit. Dat Burgernet een stap verder in de ontwikkeling richting een Orwelliaanse samenleving zou zijn is onbewijsbaar, zeker gezien het feit dat we hier een politiek systeem hebben dat zich voor zulke totalitaire neigingen eigenlijk niet goed leent. ‘De macht’ is hier meestal niet eenduidig. En voor samenzweringstheorieën hebben de meeste mensen geen geduld, dus houden we het over het algemeen bij de constatering dat er geen boosaardig ‘systeem’ is dat ten koste van alles tracht in het zadel te blijven en het volk te onderwerpen.

Maar het knaagt. De dystopische verbeelding is niet in toom te houden. De burger als handlanger van de staat – het wekt verkeerde associaties. Van gordijnen op een kier, priemende ogen erachter, op zoek naar wat niet mag. In het muffe duister van de huiskamer speelt zich in het hoofd van de oplettende burger een nietig heldenepos af. Zolang hij zich schaart achter de machthebbers kan hem niets gebeuren. Natuurlijk verraadt hij zijn buren om zichzelf te redden. Burgernet heropent de poort naar een burgerschap dat is gebaseerd op huichelarij en collaboratie. Godwin of niet, het is een mogelijkheid die in het vizier moet blijven. Wij kijken goed.